Ga naar de inhoud

Vraagbaak IV3 Gemeenten

3.8 - Overige goederen en diensten

Zie de algemene toelichting onder 3. Goederen en diensten.

Deze categorie bestaat uit twee hoofdgroepen: goederen en diensten

Goederen

Deze hoofdgroep kan worden ingedeeld in de volgende drie groepen:

  1. Algemene benodigdheden
    Kernwoorden zijn:

    • bureau-, schrijf- en tekenbehoeften, materialen voor post- en archiefzaken, druk- en bindwerk, lichtdrukken en fotokopieën geleverd door derden;
    • boeken, staatsbladen, traktatenbladen en kamerstukken, periodieken, tijdschriften en kranten, losbladige uitgaven, kaarten, statistieken, bloemen en planten, schilderijen en andere zaken ter verfraaiing van dienstvertrekken.
  2. Specifieke kleine gebruiksgoederen
    Tot de specifieke gebruiksgoederen worden gerekend de goederen die aangewend worden voor de uitvoering van specifieke taken. Hieronder vallen onder meer de navolgende voor meermalig gebruik bestemde goederen:

    • kleine gereedschappen;
    • dienst- en werkkleding, en uitrusting;
    • servies- en glaswerk en andere gebruiksgoederen behorende tot de inventaris van kantines en laboratoria, linnengoed en andere benodigdheden voor nachtverblijf, verplegingsartikelen, leermiddelen;
    • boeken, platen en kunstwerken voor uitleen, objecten voor verzamelingen van musea;
    • noodvoorraden, brandkluis- en reddingsmiddelen;
    • meubilair voor wegen, straten en pleinen, zoals: gemeente-, verkeers- en straatnaamborden, wegwijzers, openbare publicatieborden;
    • onderdelen, hulpstukken en andere benodigdheden voor vervoermiddelen, rollend en varend materieel, installaties, machines, werktuigen, apparatuur, instrumenten, gereedschappen, zoals films, dia’s en geluidsbanden voor audiovisuele apparatuur;
    • de aankoop van geschenken, prijzen en medailles.
  3. Specifieke verbruiksgoederen
    De specifieke verbruiksgoederen betreffen materialen van meer specifieke aard, die in het productieproces opgaan. Hiertoe worden gerekend:

    • voedingsmiddelen, dranken en tabaksartikelen;
    • waterverbruik;
    • energie (zoals aardgas / elektriciteit/huisbrandolie/benzine/diesel/LPG);
    • genees- en verbandmiddelen, toiletbenodigdheden, reinigings- en ontsmettingsmiddelen;
    • ammunitie, veevoeder en stro, chemicaliën, strooizand en zout, smeermiddelen en vetten;
    • materialen voor: offset-, lichtdruk- en fotokopieerwerk, mechanische en automatische verwerking van gegevens, fotografische en dactyloscopische werkzaamheden, laboratoriumwerkzaamheden;
    • kwekerijproducten, zoals planten, zaden en pootgoed, onkruidbestrijdingsmiddelen, meststoffen;
    • bouwmaterialen, zoals asfalt, stenen, zand, cement, hout en betonijzer ten behoeve van werken, ook al worden deze dadelijk ter beschikking van een aannemer gesteld.

Diensten

Deze hoofdgroep kan worden ingedeeld in de volgende zeven groepen:

  1. Uitbestede werkzaamheden
    Tot de uitbestede werkzaamheden behoren onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden verricht door derden, waarin naast een vergoeding voor arbeidsloon ook verbruikt materiaal begrepen kan zijn. Genoemde werkzaamheden kunnen voorkomen bij:
    • onroerende zaken, zoals: terreinen, gebouwen en water- en wegenbouwkundige werken met de daarbij behorende installaties, te weten: verwarmings-, airconditioning-, elektrische, telefoon-, intercom- en andere telecommunicatie-installaties, bewegingswerken en liften;
    • roerende zaken, zoals: kantoormachines, meubilair, stoffering, vervoermiddelen, rollend en varend materieel, installaties, machines, werktuigen, apparatuur, instrumenten, gereedschappen en dienstkleding;
    • overige werkzaamheden, zoals: het reviseren van machines en motoren, het afvoeren van vuil van de secretarie en gemeentelijke diensten, het wassen van gordijnen, linnengoed en dienstkleding, het ontsmetten van onroerende en roerende zaken, voor rekening van derden uitbestede onderhoudswerken.
  2. Huren (alleen lasten; baten moeten worden verantwoord op 3.6 Huren)
    Onder huren worden ook verstaan de betaalde auteurs-, octrooi- en licentierechten, evenals leasetermijnen voor operationele lease.
    De betaalde huren hebben betrekking op:
    • onroerende zaken, zoals: gebouwen en opstallen;
    • roerende zaken, zoals: vervoermiddelen / rollend en varend materieel / machines / werktuigen / gereedschappen / apparatuur / instrumenten / schaft- en gereedschapswagens / zuurstof- en koolzuurcilinders / kantoormachines / vergoeding voor gebruik van eigen vervoermiddel, kleding of gereedschap.
  3. Verzekeringen
    Tot de door het verzekeringswezen verleende diensten behoren onder meer:
    • verzekeringen tegen brand-, inbraak- en stormschade, glasschade, wettelijke aansprakelijkheid, fraude, reconstructieverzekering;
    • vrijwillige (collectieve) verzekeringen tegen ongevallen;
    • schadeverzekeringen voor duurzame roerende zaken en in aanbouw zijnde onroerende zaken;
    • transportverzekeringen, geldwaardeverzekeringen
  4. Vergoedingen
    Tot de vergoedingen behoren:
    • vergoedingen aan leden van het dagelijks bestuur van een commissie die geen raadslid zijn;
    • presentiegeld en vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de gemeente voor leden van commissies, die geen raadslid zijn;
    • vergoeding van reis- en verblijfkosten aan raadsleden en aan leden van commissies, die geen raadslid zijn, voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente;
    • vergoeding van reis- en verblijfkosten aan het college van burgemeester en wethouders en aan het gemeentepersoneel voor de uitoefening van hun werkzaamheden (vergoeding voor het woon- werkverkeer valt onder 1.1 Salarissen en sociale lasten);
    • vergoeding van reis- en verblijfkosten van sollicitanten, externe adviseurs en dergelijke;
    • vrijwillige (collectieve) verzekeringen tegen ongevallen;
    • schadeverzekeringen voor duurzame roerende zaken en in aanbouw zijnde onroerende zaken;
    • transportverzekeringen, geldwaardeverzekeringen.
    • overige vergoedingen ingevolge het Verplaatsingskostenbesluit;
    • vergoeding van studiekosten, van kosten huisaansluiting voor telefoon, abonnement en gesprekken, van schade aan persoonlijke eigendommen van het gemeentepersoneel.
  5. Kosten algemene plannen
    Hiertoe behoren de kosten van derden voor het ontwerpen, vaststellen en herzien van algemene plannen zoals structuurplannen, bestemmingsplannen en verkeerscirculatieplannen.
    Deze categorie is afgesplitst van het totaal van de duurzame goederen omdat dergelijke kosten volgens de Europese richtlijnen geen investeringen zijn, maar tot de verbruikte diensten worden gerekend. Het Europese investeringsbegrip omvat wel de kosten van voorbereiding en ontwerp die direct samenhangen met de investeringsprojecten die onder 3.2 Duurzame goederen worden meegeteld (wegen, gebouwen etc.).
  6. Betaalde leges en andere rechten (alleen lasten; baten moeten worden verantwoord op 3.7 Leges en andere rechten).
    Zie de beschrijving van (baten) 3.7 Leges en andere rechten voor welke betalingen tot deze groep moeten worden gerekend.
  7. Overige diensten
    • de kosten van diensten van taxateurs, notarissen, makelaars in onroerende zaken en overige tussenpersonen. Dit voor zover deze kosten niet zijn gemaakt in het kader van de aan- of verkoop van grond of duurzame goederen; deze kosten dienen te worden geboekt onder 3.2 Duurzame goederen;
    • proces- en gerechtskosten bij onteigeningsprocedures en rechtsgeschillen;
    • andere honoraria van artsen, accountants, architecten (voor zover niet voor investeringswerken, zie 3.2 Duurzame goederen) en andere personen met een vrij beroep;
    • de kosten van diensten van het bankwezen, zoals de provisie van geldleningen en de kosten van uitbetaling van aflosbare obligaties en vervallen rentecoupons;
    • vergoeding voor het geven van onderwijs aan zieke kinderen, godsdienstonderwijs, spraakonderwijs, bijzondere schoolgymnastiek en het verzorgen van de centrale schoolbibliotheek;
    • advertentie- en reclamekosten / telefoonkosten / porti-, telegram- en telexkosten / vrachtkosten / incassokosten;
    • kosten van geneeskundige behandeling, keuring en controle van (gewezen) personeel;
    • kosten van vorming en ontspanning van het personeel;
    • kosten van selectie van sollicitanten;
    • kosten van inning van gemeentelijke belastingen en retributies;
    • kosten van aan- en verkoop en van open dan wel gesloten bewaargeving van waardepapieren;
    • overige reclameopbrengsten, zoals een vergoeding voor een reclamebord; niet hieronder vallen de reclamebelastingen, deze worden gerekend tot 2.2.1 Belastingen op producenten;
    • opbrengsten uit in rekening gebrachte kosten van toepassing van bestuursdwang.

Een speciale vorm van een betaling voor een dienst is het betalen van een contributie of het doen van een donatie aan een stichting of vereniging, én waarbij het recht wordt verkregen op een tegenprestatie. Voorbeelden waarbij dit geldt zijn contributies aan:

  • beroepsverenigingen, al dan niet specifiek voor gemeentelijke ambtenaren, zoals de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants;
  • stichtingen en verenigingen, die op hun gebied relevante informatie verstrekken en waarop eventueel een beroep gedaan kan worden voor de door hen verleende diensten, zoals het Nederlands Normalisatie Instituut en de Stichting Bouwcentrum.

Hierbij gelden dezelfde regels als voor ‘gewone’ betalingen van goederen en diensten. Dit betekent dat de contributie aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) niet tot de goederen en diensten behoort. Reden is dat de VNG tot de overheid wordt gerekend en dat de contributie weliswaar wordt gedaan ten behoeve van het functioneren (van het apparaat) van de gemeente, maar dat de geleverde diensten niet worden aangekocht in een traject van aanbesteding waaraan ook niet-overheidsinstellingen kunnen deelnemen. De contributie aan de VNG is daarom een inkomensoverdracht (4.3.6 Inkomens­overdrachten – overige overheden).

Niet tot deze categorie behoren:

  • kosten van uitzendkrachten (zie 3.5.1 Ingeleend personeel/3.5.2. Uitgeleend personeel);
  • pachten (zie 3.3 Pachten);
  • (betaalde) premies aan pensioenfondsen en sociale verzekeringsinstellingen voor het huidige of het voormalige personeel (zie 1.1 Salarissen en sociale lasten).